Nieuws

 
10 augustus 2022

Overdenking vakantiedienst 31 juli 2022 - ds. Jan Berkvens

Lezing – Matteus 10: 5 – 14

We zijn op weg naar huis. We hebben net een heerlijke wandeling gemaakt op het meest westelijke puntje van het prachtige eiland Samos. Een schitterend wandelpad van zo’n anderhalf uur bracht ons naar twee verlaten strandjes, waar ik heerlijk de zee in dook en mijn beste vriendin het hield bij wat gerieflijk pootjebaden. We ontbeten met de meegebrachte broodjes in de steeds verder aan de hemel schuivende zon. We waren alleen, op dat prachtige strand met die blauwe zee. Wat een zaligheid! Als God ergens is, is het daar, in die vrede, die rust, die kalmte. En wat een weelde: even vakantie, even weg van alle verplichtingen, de knellende agenda, de vergaderingen. Even niets hoeven.

Nou ja, niets hoeven… De zon klom hoger en hoger, voor ons het teken om af te drogen en de terugtocht te aanvaarden: hetzelfde prachtige pad terug. Omdat het al wat later op de ochtend is, komen we steeds meer wandelaars tegen die niet om half zeven uit bed waren gekomen om om kwart over zeven bij het beginpunt van de wandeltocht de wandelschoenen aan te trekken en de dagrugzakjes op te binden.

We rijden in de huurauto over de kustweg van het eiland. Ander eilanden doemen op in de verte, er springen wat mensen in zee, de pijnbomen geuren, de olijfbomen stralen hun eeuwen oude wijze zelf uit. Opeens zien we een hoop drukte langs de kant van de weg: een passagiersbusje staat half op onze weghelft, erachter staan allemaal mensen in dezelfde nieuwe T-shirts met mondkapjes op. Dat is gek, want die zijn net eergisteren afgeschaft. De meeste mensen zijn donker, wie dat niet zijn dragen een ander kleur shirt. Het logo van een van de vluchtelingenorganisatie staat op de zijkant van het busje. Het duurt even voordat doordringt waar we getuige van zijn: er is blijkbaar zojuist een bootje vluchtelingen op de kust gestrand. Zij worden geholpen, ja, omdat ze het gehaald hebben. Als dat niet het geval zou zijn geweest, zouden ze weer teruggesleept zijn naar de Turkse wateren. Ongewenst in Europa. Maar deze mensen zijn er, en vormen nu een ander gevaar: de Grieken hebben net de mondkapjesplicht opgeheven, maar deze mensen moeten ze dus toch op: Zij kunnen het virus bij zich dragen. Hoe dan ook zullen zij zo meteen afgevoerd worden naar het nieuwe vluchtelingenkamp, dat sinds vorig jaar zo diep in het heuvellandschap achter de bergkam is geplaatst, dat de vluchtelingen zo onzichtbaar mogelijk maakt.

Wat zei Jezus in de tekst van vandaag tegen zijn volgelingen: ‘Neem niet de weg naar de heidenen en ga geen Samaritaanse stad binnen. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israel en verkondig hun dat het koninkrijk nabij is. Genees zieken en wek doden op, reinig mensen die door een huidziekte onrein zijn, en drijf demonen uit.’ Nou, daar zitten we dan maar mooi, met deze tekst. Want zegt Jezus hier nou dat alleen mensen van de eigen kudde die de weg zijn kwijtgeraakt benaderd moeten worden en anderen vooral onze aandacht niet waard zijn? Hoeven wij hen niet te helpen als ze ziek zijn, onrein door aandoeningen en bezeten door hun nachtmerries? Dat kan toch bijna niet… Heidenen zijn niet-Joden, of niet Christenen, en Samaritaners zijn in de bijbel niet voldoende Joods. Dat staat toch haaks op liefde voor iedereen… 

Ik denk dat angst voor onbekenden, angst voor de gevaren die zij kunnen betekenen voor het verlies van eigendom, van eigenheid, van welvaart, die angsten, zo oud zijn als de mensheid. Toen en nu. Toen ging je niet graag met heidenen om en een gebied van de ander intrekken, dat deed men niet graag. Dat doen we nog steeds niet. Wie van ons gaat ’s avonds in Amsterdam Nieuw West rondlopen? Ja, op vakantie, dan willen we nog wel eens een onbekend oord opzoeken, maar dan gaat het eerder om de bezienswaardigheden dan om de mensen die daar leven. Het is dus gemakkelijker om dat niet te hoeven doen en mensen te helpen die dichtbij wonen en tot dezelfde groep als jezelf behoren. Maar er gebeurt iets anders als we de tekst een spade dieper ontrafelen. Wat nu als de volgelingen juist de eigen mensen moeten helpen, maar dat de zieken, de doden, de onreinen en de demonen niet letterlijk maar figuurlijk bedoeld zijn? Dat het over de eigen mensen van toen gaat, die niet eens meer door hadden dat ze compassie en mededogen voor vreemdelingen waren kwijtgeraakt. Dat dat gebrek aan betrokkenheid hun demoon, hun onreinheid, hun zieke houding was geworden? En dat de volgelingen van Jezus hen van die demonen, van die onreinheid, van die zieke houding moesten afhelpen? Zodat niet alleen voor de eigen groep, maar via hen voor iedereen het koninkrijk werkelijkheid kon worden? Een tweetrapsraket naar een beter leven voor iedereen: eerst de ‘eigen’ mensen verlichten, dan samen met hen iedereen. Om vanuit de gedachte, en dat is de zin die in Matteus volgt op de regels die ik net herhaalde: ‘Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven’ naar anderen toe te bewegen.

Nu terug naar onze tijd. Wij geven nauwelijks iets om niet. Wij geven eerder niets om iets. Niets om hen. We weten van de pushbacks naar Turkse wateren, de mannen van de Europese kustwacht verbleven met ons in hetzelfde hotel, en daar zitten ook Nederlanders tussen. Die pushbacks zijn dus een brede Europese aangelegenheid. We weten dat de vluchtelingen in die kampen zo ver uit het blikveld worden gebracht dat we er niet mee geconfronteerd hoeven worden als we op die eilanden op vakantie zijn. Het verstoort de idylle van de frisse morgenduik op het strand waar we net zo leuk naartoe waren gelopen. We laten de hulporganisaties pas hun werk doen als het echt niet anders meer kan. Asielzoekers slapen in ter Apel nog steeds op stoelen. Om niet moeten jullie geven… nou, dat doen we dus niet.

En dan gebeurt er nóg iets bijzonders in de tekst: Matteus weet al dat wij als mensheid dat niet gaan veranderen. Matteus kent ons beter dan wijzelf:

‘In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen – lees: waar het zin heeft om het gesprek aan te gaan – : blijf daar dan tot je weer verdergaat. Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar te terugkeren. En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.’

Met andere woorden: sommigen van de mensen toen en sommigen van de mensen nu staan open om meer te geven, meer te doen, dan we doen. En anderen niet. Het gaat er dus niet om dat je met z’n allen verschil maakt, maar dat jij dat doet. Waar je kan. En waar dat niet kan, verlies je er niet in. Wordt niet verbitterd, ook al is dat nog zo moeilijk. Richt je op waar het zin heeft, steek daar je energie in.

Het laatste couplet van het vrijzinnige lijflied draagt die boodschap in zich: de roep om je open te stellen om het koninkrijk niet alleen in de toekomst te plaatsen, maar ook in het heden vorm te geven. We zingen het straks als slotlied.

Laat dan mijn hart u toebehoren
En laat mij door de wereld gaan
Met open ogen, open oren
Om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed
Omdat de hemel mij begroet.

Ik doe hier vandaag geen uitspraken over of ik vind dat iedereen hier binnen moet worden gelaten en ik ontken de grote problemen die migratie – door vluchtelingen en economische migranten met zich meebrengen niet. Ik wil alleen laten voelen waar werelden langs elkaar heen schuren, waar ze op elkaar botsen en ongemakkelijk worden. De wereld lijkt harder te worden, of het nou om migranten of om andere mensen gaat die we niet meer lijken te willen kennen. Hoe het systeem waar wij in leven een idylle in stand probeert te houden, en daarin zie ik paralellen met de tekst uit Mattheus van vanochtend. Als God ergens is, is het daar… en misschien wel niet alleen voor de rust en schoonheid.
   
Het was heerlijk, op Samos, die ochtend. Ook al was het een ochtend vol tegenstrijdigheden. Ik zwom heerlijk in die verfrissende zee na een ontspannen wandeltocht. De migranten waren blij dat ze diezelfde zee achter zich konden laten. Ik kon vrij ademen en mijn longen vullen met de ochtendlucht. Zij moesten een mondkapje op, maar ervoeren ook opluchting dat zij de overtocht volbracht hadden. Ik vloog een paar dagen later terug naar mijn leven hier, zij verdwenen in het weggestopte kamp achter de bergen. En toch zijn zij blijer dan de migranten die onderschept worden en weer terug naar Turkije worden gebracht. Een en al tegenstrijdigheid. Die tegenstrijdigheid voelen wij. Want het klopt niet, maar hoe kan het anders? En misschien nog wel belangrijker: willen we die stemmen horen… Die stemmen die gaan over hoe de wereld er eigenlijk uit zou moeten zien.

Amen.

 


Terug
Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde-Remonstrantse Gemeente Hoorn
inloggen disclaimer
contact routebeschrijving
nieuwsbrief colofon
gemeenteblad privacy
2022 Doopsgezinde-Remonstrantse Gemeente Hoorn