Nieuws

 
30 augustus 2020

Overdenking: De eerste foto van God

De overdenking van het laatste liturgische avondmoment werd geïnspireerd door een foto die op de overzichtstentoonstelling van het werk van Eddy Posthuma de Boer hing, in het Haagse Fotomuseum eerder deze zomer. ‘De eerste foto van God’ heet de foto. Er hoort een gedicht bij van Cees Nooteboom en resoneert met het begin van het boek Genesis.

Het gedicht van Cees Nooteboom gaat als volgt:

Zo zag ik eruit na die eerste dag
Ik alleen met mijn stenen van steen,
Ik alleen met mijn luchten van lucht.

Dat was de dag waarop ik nog gelukkig was,
de aarde nog woest en ledig.
Pas daarna schiep ik de bomen,
de dieren, het leger en die fotograaf.

Dikwijls heb ik heimwee naar de dag
waarop ik hem maakte, als allereerste.
Hij en ik, samen in mijn schepping,
ik in mijn paarse jasje tussen mijn luchten van lucht,
hij met zijn oog als een spiegel
Op mijn stenen van steen,

en verder niets.


Wie heeft ooit de eerste foto van jou gemaakt? Heb je enig idee? En wie de eerste foto van het Vrijheidsbeeld, of van het Paleis op de Dam, van ons prachtige kerkje? 

Maar wie heeft ooit de eerste foto van God gemaakt? Dat weten we: Eddy Posthuma de Boer, een van de bekendste Nederlandse fotografen, die materiaal heeft aangeleverd voor Nederlandse en internationale kranten en tijdschriften. Tot 23 augustus is er in het Haagse Fotomuseum een overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien. Daar hangt hij: de eerste foto van God. Gemaakt op de eerste dag, volgens Cees Nooteboom. Helemaal bijbelvast is het niet, want volgens het verhaal uit Genesis wat we net gehoord hebben zou het aan het einde van de derde dag moeten zijn geweest. Maar zoals de foto laat zien, is de aarde ook dan nog behoorlijk woest en ledig. Met God in het midden. Hoe bijbelvast dát beeld is, kun je je afvragen: Is God wel zo menselijk tastbaar? Als dat dan zo is, is het dan per se een man? Zou God ook zo gedwee poseren? En… als de mens nog niet geschapen is, wie is dan die fotograaf?

Maar goed, God alleen met zijn stenen van steen, maar haar luchten van lucht. De dag waarop God nog gelukkig was, de aarde was nog woest en leeg. Ik weet natuurlijk niet hoe het met u zit, maar als ik denk aan de bergen die ik beklommen heb, dan is het daar waar ik stil val: de wijdse uitzichten, met die luchten van lucht, die stenen van steen. Daar waar even niets hoeft en niets is, behalve jijzelf en die wijdse natuur. Ik kan mij goed voorstellen dat God daar gelukkig van was. Alleen zon was ook wel erg licht, dus kwam er nacht, met sterren en de maan. En toen, gedurende de volgende dagen kwamen de zeedieren, de vogels, de andere dieren en ten slotte de mens. Al die creaties moesten de aarde gaan bevolken en talrijk worden. Dat is gelukt: zo goed dat onze creatie andere creaties begonnen is te verdringen. Misschien word je ergens wat onrustig van het gebruik van het woord creatie. Omdat het in zich draagt dat het door iemand is gemaakt en daarmee wringt het met het wetenschappelijke bewijs voor het ontstaan van het heelal, de aarde, en al die wezens die haar bevolken. In mijn ogen kan iets ook gecreëerd worden door omstandigheden, kan er iets ontstaan uit oerkrachten, hoe grijpbaar of ongrijpbaar die ook kunnen zijn. Neem onze creatie hier, waar we aan gewerkt hebben: is dat allemaal uitgekiend ontworpen, of is het gewoonweg ontstaan, met wat we in onszelf vonden, met wat we aangereikt hebben gekregen, met wat gewoonweg gebeurde?

Hoe het ook zij, leven heeft de ongekende kracht om overal te verschijnen of weder te keren. Op een drooggevallen stuk land, op een uit elkaar vallende weg die niet langer onderhouden wordt, op grond die achterblijft na een vulkaanuitbarsting, of in een meertje dat ergens ontstaat. Eerst komt de pioniersvegetatie, daarna volgt de tweede generatie, dan komen er vogels en in het water waterdieren, daarna grotere dieren en uiteindelijk de mens die van al die planten en dieren gebruik maakt. Dat scheppingsverhaal kun je als oud fantasieverhaal aan de kant slingeren, maar je kunt haar ook toepassen op wat de natuur ook nu nog elke dag doet: groeien en de aarde bedekken en bevolken. Zo werden en worden elke dag weer hemel en aarde in al hun rijkdom voltooid, terwijl het tegelijkertijd nooit ‘af’ is.

Toen Eddy Posthuma de Boer eens gevraagd werd hoe lang het nemen van de perfecte foto duurde, zei hij ‘Een seconde… Nee… een seconde is veel te lang’. Dat klinkt natuurlijk leuk, maar dat werkt vermoedelijk alleen als je een subliem oog hebt voor compositie, detail, kleurstelling, belichting en ga zo maar door. Van de andere kant: Waar je vroeger een zwaar toestel uit je tas moest vissen en van alles moest instellen, trek je tegenwoordig je mobiele telefoon uit je zak waarmee je direct foto’s kunt maken. In al die foto’s is wat te zien, iets wat de fotograaf de moeite waard vond. Het kan het zonlicht zijn dat tussen de takken doorschijnt, de oogopslag van die man of vrouw, de manier waarop het kind opkijkt, de rimpeling van het water. Dát is het wat je in een seconde, nee minder dan een seconde hebt gezien, wat je hebt waargenomen. Die authenticiteit, die schoonheid. Daar word je gelukkig van, dat is het vastleggen waard. Daar kun je heimwee naar hebben, naar zo’n moment, net als de God in het gedicht van Nooteboom:

Dikwijls heb ik heimwee naar de dag
Waarop ik hem maakte, als allereerste.
Hij en ik, samen in mijn schepping.
Ik in mijn paarse jasje tussen mijn luchten van lucht,
Hij met zijn oog als een spiegel
Op mijn stenen van steen.

En verder niets.

Wat mij buitengewoon fascineert is die een na laatste zin: Hij met zijn oog als een spiegel. Wat de fotograaf doet is iets zichtbaar maken van wat de ander bezighoudt. Hij – of zij – nodigt door de camera de ander uit naar zichzelf te kijken: Hij met zijn oog als een spiegel. Die spiegel legt in minder dan een seconde de ander vast. Zoals hij of zij is en ooit wordt dat zoals hij of zij was. Als jij straks uitrust van het werk dat jij gedaan hebt, welke foto van jezelf zou jij dan nog eens willen bekijken, of zou je willen dat anderen van je blijven zien, voordat je kunt zeggen: En God – of ikzelf – zag dat het goed was?

Amen

Ds. Jan Berkvens


Terug
Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde-Remonstrantse Gemeente Hoorn
inloggen disclaimer
contact routebeschrijving
nieuwsbrief colofon
gemeenteblad privacy
2020 Doopsgezinde-Remonstrantse Gemeente Hoorn